Enkele jaren geleden werd ik overgeplaatst naar Chatelet, om er een project op te starten. Eén lid van mijn projectteam was Fernanda. Een Braziliaanse ingenieur die tijdens een stage verliefd was geworden op een Franse collega, waarmee ze daarna getrouwd was. Ze trok lang niet alleen de aandacht door haar ravissante verschijning, maar ook door haar zuiders temperament én haar trots voor het Brazilaanse Vaderland. Zo vertelde ze over een typisch braziliaanse gerecht dat ze zowat omschreef alsof ze het recept van God de Vader hemzelve hadden ontfutseld (het was 'trop bien'). Groot was dan ook ons enthousiasme toen ze ons dat gerecht voorschotelde. De onluistering was groot.
Van zo'n wedervaren begint een mens al wat meer op zijn hoede te zijn voor superlatieven, smaak is immers een persoonlijk iets.
Cwastresse Double wordt omschreven als één van de best smakende RGF rassen van Gembloux. Ik was dus meer dan een beetje nieuwsgierig of ik de appel écht lekker zou vinden.
Want als deze zou tegenvallen, hoe zouden dan die andere Gembloux-appels dan smaken? Zou ik dan van alle aangeplante appelaars alleen maar moes en sap kunnen maken? Zo'n vaart zou het toch niet lopen?
Tuurlijk niet. De appel is overheerlijk. Knapperig, overheerlijk aroma en lekker zurig. Jammer dat er dit jaar nog maar enkele appels aanhingen. Zelfs de kinderen waren enthousiast. Volgend jaar meer!
'Cwastresse Double' is een triploïd ras en maakt geen stuifmeel aan. Je hebt een andere appelaar nodig om hem te bestuiven en zelf gaat hij géén andere bomen bestuiven. De bloemen zijn een stuk groter dan op de andere appelaars.
En toch nog even zeggen dat de rest van de braziliaanse keuken die ik geproefd heb overheerlijk is.
Showing posts with label appelboom. Show all posts
Showing posts with label appelboom. Show all posts
Wednesday, 19 September 2012
Monday, 9 April 2012
Jonge fruitbomen
De fruithagen in mijn tuin zijn in de kerstvakantie aangeplant. Uit vrees voor schade door woelmuizen heb ik gezocht naar een manier om eventuele vraatschade van deze knagers in te tomen. Na veel wikken en wegen zijn er "kooien" gemaakt van fijnmazig mollennet. Deze kooien moeten de wortels vrijwaren van vraatschade.
Voor iedere jonge boom werd een gat gegraven van 60 x 60 x 60 cm. Daarna werd het mollennet geplaatst en het gat gevuld met grond , boom en steunpaal. Tijdens deze werken heb ik me dikwijls afgevraagd of de soep de kool wel waard was - een half uur werk om één boom te planten. En terwijl enkele mollen vorige zomer molshopen buiten categorie maakten zoals ook zichtbaar in de achtergrond van de foto - en dit tot groot ongenoegen van mijn grasmaaiende vrouw - gaven de woelmuizen niet thuis.
Daar kwam enkele weken geleden verandering in. Vorige winter werd een eerste bestelling kleinfruit uitgeplant. Maar aangezien het tuinplan vorige zomer aanzienlijk werd bijgestuurd, zijn een deel van die planten deze winter verplaatst. Daarbij deed ik een onaangename verassing... de wortels van meerdere braamstruiken waren volledig weggevreten. De vraag of het aanbrengen van die woelmuizenkooi nodig was is dus vervangen door de vraag of het mollengaas wel voldoende fijn is en of het wel stevig genoeg is om woelmuizen te stoppen. Ik vermoed (en hoop) dat dat antwoord nog even op zich laat wachten. Mooi is dat net allerminst, maar ik beschouw het als een noodzakelijk kwaad.
De ongelukkige planten zijn elders in de tuin aan het herstellen, ver weg van de composthoop. En alle druivelaars en kiwi's hebben ook een woelmuizenkooi gekregen. De kooien zijn wel iets kleiner geworden (50 x 50 x 50 cm), nogmaals 20 van die grote gaten zag ik niet meer zitten.
Op de foto zie je een jonge appelaar, met mollennet onderaan de stam, vakkundig gesnoeid en uitgebogen (dat hoop ik alvast).
Subscribe to:
Posts (Atom)